Bij werkzaamheden aan wegen, bedrijfsterreinen en verhardingen is het belangrijk om vooraf vast te stellen of vrijkomend asfalt teerhoudend is. Een CROW 210 asfaltonderzoek geeft duidelijkheid over de samenstelling van het asfalt en over de juiste route voor hergebruik, toepassing of afvoer.
Bodemvisie voert CROW 210 asfaltonderzoek uit voor overheden, aannemers, ingenieursbureaus en terreinbeheerders. Daarbij werken wij volgens de geldende praktijkrichtlijn én toetsen wij de uitkomst aan het actuele wettelijke kader onder de Omgevingswet, waaronder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Besluit bodemkwaliteit met de Regeling bodemkwaliteit 2022.
CROW 210 is de in de praktijk gebruikte richtlijn voor het omgaan met vrijkomend asfalt en voor het vaststellen of asfalt teerhoudend is. De richtlijn helpt bij een zorgvuldige voorbereiding van frees-, breek- en reconstructiewerkzaamheden en bij het bepalen van de juiste verwerkingsroute. CROW 210 is zelf geen wet, maar sluit aan op de geldende regels voor bouwstoffen, afvalstoffen en bodemkwaliteit.
Een CROW 210 onderzoek is meestal nodig wanneer asfalt vrijkomt bij:
reconstructie van wegen en parkeerterreinen
onderhoudswerkzaamheden aan asfaltverhardingen
sloop van terreinen of infrastructuur
voorbereiding van hergebruik of toepassing van asfaltgranulaat
afvoer van vrijkomend asfalt naar een verwerker
Met een tijdig onderzoek voorkomt u stagnatie in de uitvoering, discussie over acceptatie door de verwerker en onduidelijkheid over kosten, planning en milieukundige verplichtingen.


Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet moet onderzoek naar vrijkomend asfalt niet alleen praktisch goed zijn uitgevoerd, maar ook passen binnen het huidige juridische kader. Dat betekent onder meer:
vaststellen of asfalt teerhoudend of niet-teerhoudend is;
bepalen of materiaal in aanmerking komt voor hergebruik of toepassing als bouwstof;
rekening houden met de regels voor gescheiden houden en afvoeren van teerhoudend asfalt;
beoordelen of voor toepassing elders een milieuverklaring bodemkwaliteit nodig is.
Waar vroeger vaak werd gesproken over een milieuhygiënische verklaring, is onder de Omgevingswet de term milieuverklaring bodemkwaliteit van toepassing. Ook de terminologie rond erkenningen is aangepast naar erkenning bodemkwaliteit.
Asfaltconstructies uit oudere aanlegperioden kunnen teerhoudende lagen bevatten. In de praktijk wordt daarom gekeken naar de ouderdom van de constructie, beschikbare revisiegegevens, onderhoudshistorie en de opbouw van de verschillende asfaltlagen. Een nieuwe deklaag betekent niet automatisch dat de onderliggende constructie ook teervrij is. CROW 210 blijft daarom belangrijk als richtlijn voor een zorgvuldige beoordeling van de volledige asfaltopbouw.
Wij verzamelen beschikbare informatie over aanlegjaren, onderhoud, bestekken, boorstaten en eerdere onderzoeksgegevens.
Op basis van de constructie en de verwachte risicolagen bepalen wij de onderzoeksstrategie en nemen wij representatieve monsters van de relevante asfaltlagen.
De monsters worden onderzocht op de aanwezigheid van PAK’s om vast te stellen of sprake is van teerhoudend asfalt.
Wij vertalen de analyseresultaten naar een duidelijke conclusie:
niet-teerhoudend asfalt
teerhoudend asfalt
advies over hergebruik, toepassing, afvoer of verwerking
U ontvangt een heldere rapportage die bruikbaar is voor aanbesteding, werkvoorbereiding, acceptatie door verwerkers en onderbouwing richting opdrachtgever of bevoegd geza

Een CROW 210 onderzoek is in de praktijk nodig zodra asfalt vrijkomt en vooraf duidelijk moet zijn of het materiaal teerhoudend is. Dat is van belang voor de juiste keuze tussen hergebruik, toepassing of afvoer. Vooral bij reconstructie, frezen, opbreken en afvoer van asfalt is dit onderzoek vaak een vaste stap in de voorbereiding.
Asfalt wordt in Nederland als teerhoudend beoordeeld bij een gehalte van meer dan 75 mg/kg droge stof PAK-10. Die grens is bepalend voor de vraag of asfalt nog kan worden toegepast of dat een andere verwerkingsroute nodig is.
Ja. Vrijkomend asfalt met PAK-10 boven 75 mg/kg droge stof wordt in Nederland als gevaarlijk afval behandeld. Dat betekent dat het niet via de gewone route voor schoon of niet-teerhoudend asfalt kan worden verwerkt.
Dat hangt af van de situatie. Bij toepassing elders van niet-teerhoudend asfalt als bouwstof is een milieuverklaring bodemkwaliteit nodig. Bij hergebruik ter plaatse in dezelfde wegverharding gelden specifieke uitzonderingen, mits vaststaat dat het materiaal niet-teerhoudend is.
Nee, er bestaat niet automatisch een directe verwijderplicht alleen omdat asfalt ooit teerhoudend is toegepast. De verplichtingen spelen vooral op het moment dat asfalt vrijkomt bij werkzaamheden en vervolgens moet worden beoordeeld voor hergebruik, toepassing of afvoer.